Juridische aspecten bij Alzheimer


Juridische aspecten bij Alzheimer

De wet kent een aantal bepalingen die van kracht worden als er op medische gronden sprake is van de ziekte van Alzheimer. Indien een Alzheimerpatiënt zelf niet meer in staat is om zijn belangen naar behoren te behartigen, is het soms nodig dat anderen dat voor hem doen. In juridische termen heet dat ?lastgeving?. In een helder moment geeft de patiënt dan het beheer van zijn goederen geheel of gedeeltelijk in handen van één of meerdere derden: de volmachthebber. Meestal is dit de huwelijkspartner of een familielid.

De langzame geestelijke aftakeling van een Alzheimerpatiënt vraagt om steeds meer hulp. Vroeg of laat is het nodig dat derden kunnen handelen in naam van de patiënt. Vooral het beheer van goederen is een delicaat punt. Er zijn een aantal juridische wegen om de overdracht van beslissingsmacht harmonieus te regelen.

Volmacht

Wie lichamelijk of geestelijk onbekwaam is om zijn goederen te beheren, kan iemand anders volmacht geven om dat in zijn plaats te doen. Deze volmacht, die de term ?lastgeving? draagt, kan schriftelijk geregeld worden tussen de lastgever en de volmachthebber. Een notaris komt er niet aan te pas, maar het is wel aan te bevelen om de volmacht bij een notaris te verlijden. Dan is er geen discussie over de rechtsgeldigheid van het document.
Een volmacht kan steeds worden herroepen, maar als de lastgever niet meer in staat is om zijn wil op vrije manier kenbaar te maken, kan de gegeven volmacht niet meer rechtsgeldig herroepen of uitgebreid worden. In de praktijk kunnen zich dan problemen voordoen.
De volmachthebber neemt het beheer van de goederen onvoldoende op zich, of de familie is niet akkoord met de getroffen regeling.

Voorlopige bewindvoerder

Indien een volmacht niet langer voldoet, of de Alzheimerpatiënt kan zijn wil niet tot uiting brengen, dan kan de vrederechter een voorlopige bewindvoerder aanstellen om het beheer van de goederen op zich te nemen. Zodra die zijn taak aanvaard heeft, vervalt de lastgeving die de patiënt had verleend.

De procedure hiervoor start met een verzoekschrift voor de vrederechter. In de praktijk wordt dit verzoekschrift meestal opgesteld door een maatschappelijk werker, maar iedere belangstellende, ook de behandelende arts, kan zo?n verzoekschrift indienen. Zelfs de patiënt mag een verzoekschrift indienen om een voorlopige bewindvoerder aan te stellen.

Geneeskundig attest

Een belangrijk element in het verzoekschrift is de geneeskundige verklaring. Dat houdt niet in dat de arts schrijft dat iemand bekwaam of onbekwaam is om zijn goederen te beheren. De vrederechter zal daarover oordelen. Het attest van de arts moet gaan over de gezondheidstoestand van de patiënt en moet een beschrijving omvatten van de redenen waarom een persoon onbekwaam zou zijn om zijn goederen te beheren. Deze elementen laten de vrederechter toe een uitspraak te doen omtrent het al dan niet aanstellen van een voorlopige bewindvoerder.
Maar de arts moet zich houden aan het beroepsgeheim en in principe wordt dit dus geschonden. De geneeskundige verklaring wordt immers overhandigd aan de verzoeker en kan elementen bevatten die onder het beroepsgeheim vallen. De oplossing hiervoor is, dat de behandelende arts optreedt als indiener van een verzoekschrift en dat hij aan een collega vraagt om de geneeskundige verklaring op te stellen.
De wetgever geeft de artsen hierin geen vrij spel. Het geneeskundig attest mag niet worden opgesteld door een arts die bloed- of aanverwant is van de patiënt of van de verzoeker.
De geneeskundige verklaring mag evenmin opgesteld worden door een arts die verbonden is aan de instelling waar de patiënt verblijft.
Het geneeskundig attest is een essentieel onderdeel van het verzoekschrift, want zonder deze verklaring is het verzoek om een voorlopige bewindvoerder aan
te stellen nietig.

Zakelijke consequenties

Het is beter ervoor te zorgen dat er geen nodeloze problemen ontstaan met het gebruik van betaalmiddelen. Vaak is een Alzheimerpatiënt zich niet meer bewust van de waarde van betaalmiddelen of andere waardepapieren. Zorg ervoor dat bankkaart, cheques, paspoort en identiteitskaart in uw bezit zijn.
Het voorkomt problemen als verlies of diefstal. Beschouw het als een voorzorgsmaatregel, hoewel de patiënt wettelijk zijn recht behoudt op het gebruik van geldmiddelen en waardepapieren.
Het is nuttig om weten welke verzekeringen nog op naam staan van de patiënt en welke nog actueel zijn. Als er eventueel verandering moet aangebracht worden, dan is het best daar tijdig voor te zorgen.
Een Alzheimerpatiënt is aansprakelijk voor zijn eigen gedragingen en de daaruit voortvloeiende schade.
Wegens onvoldoende toezicht kan ook een derde aansprakelijk worden gesteld.
Het is dus verstandig een aansprakelijkheid-sverzekering af te sluiten.
Uiteraard moet ook worden gecontroleerd of er een testament aanwezig is. Iedereen boven de 18 jaar mag een testament afsluiten en mag dit altijd herroepen of wijzigen. Een notaris kan u vrijblijvend informeren hoe een testament wordt opgesteld of gewijzigd.
De Alzheimerpatiënt kan soms niet meer in staat zijn, zelf zijn toestemming te geven voor een medische behandeling. Hij begrijpt niet welke behandeling moet plaatsgrijpen. In die situatie kunnen familieleden of een arts als zaakwaarnemers optreden, maar het is de rechter die uiteindelijk bepaalt wie de zaakwaarneming krijgt toegewezen.